Nieuws

Algemeen | 31 mrt 2018

Van electronic nose tot smart inhaler

Door de vooruitgang van het zorgsysteem en de ontwikkeling van nieuwe medicatie is astma tegenwoordig beter onder controle te krijgen dan vroeger. Toch stijgt het aantal astmapatiënten nog steeds. De groep mensen met Chronic Obstructive Pulmonary Disease (COPD) – de verzamelnaam voor chronische bronchitis en longemfyseem – is de afgelopen jaren eveneens gegroeid. Kijkend naar alle technologische innovaties rondom deze ziekten, is Niels Chavannes, hoogleraar eHealthtoepassingen bij het LUMC, echter optimistisch gestemd. “Het is te vroeg om te spreken over het daadwerkelijk terugdringen van longziekten, maar er zit veel potentie in.”

Minder prikkels van buitenaf
Dat het aantal COPD-patiënten sterk is toegenomen, komt in de eerste plaats omdat Nederlanders nog altijd graag een sigaret opsteken: 24 procent van de bevolking rookt. Daarnaast is de lucht die mensen inademen meer vervuild geraakt. De stijging van het aantal astmapatiënten heeft te maken met het feit dat mensen in steeds schonere, hygiënischere omgevingen opgroeien. Hierdoor krijgen ze in hun kindertijd minder te maken met prikkels van buitenaf, zegt Michael Rutgers, directeur van het Longfonds. “Op het moment dat mensen vroeg met prikkelende stoffen in contact komen, leren de longen en andere allergiesystemen daarop te reageren en zijn ze er minder gevoelig voor.” Doordat dit tegenwoordig minder gebeurt, groeit het aantal mensen met astma en allergieën.

Uitademen en inhaleren
De technologische ontwikkelingen in de strijd tegen deze longziekten staan ondertussen niet stil. Zo is voor het stellen van de diagnose van longziekten de electronic nose ontwikkeld. Dit apparaat kan middels sensoren menselijke uitademingslucht analyseren en bepalen wat voor ziekte iemand heeft. Dit gebeurt door de lucht die iemand uitademt te vergelijken met die van duizenden andere mensen in een database. “Zo kun je met heel grote zekerheid aangeven of iemand astma, COPD of een andere longziekte heeft”, legt Rutgers uit. Op dit moment is men bezig deze toepassing in de praktijk in te voeren. Het streven is om deze technologie een plek te geven in de huisartsenpraktijk, zodat de huisarts bij mensen met benauwdheidsklachten direct kan vaststellen wat er speelt. Verder is op het gebied van de toediening van luchtwegmedicijnen een revolutie gaande, vertelt Chavannes. Zogenoemde smart inhalers, inhalatoren met ingebouwde sensoren, maken het veel eenvoudiger de inhalatietechniek van mensen te monitoren en er feedback op te geven. Een belangrijke ontwikkeling, want het gros van de mensen gebruikt inhalatiemedicijnen volgens de hoogleraar niet goed.

“Momenteel krijgen mensen een keer in de drie maanden feedback wanneer ze bij de praktijkverpleegkundige komen. Dat is natuurlijk heel onhandig en onvolledig.” Hoewel het onderzoek naar smart inhalers nog loopt, verwacht hij er veel van. Door de sensoren in een inhalator te koppelen aan een app op de smartphone, kunnen mensen direct na of zelfs tijdens het inhaleren terugkoppeling krijgen over de kwaliteit van hun inhalatietechniek. Omdat mensen het effect van inhalatiemedicijnen niet direct merken en er veelvuldig fouten worden gemaakt bij de inname, staan ze nu bekend als de meest therapieontrouwe vorm van medicatie. Chavannes hoopt dat smart inhalers de therapietrouw zullen vergroten; niet alleen door mensen gericht feedback te geven op hun techniek, maar ook door de smartphone in te zetten als personal coach die mensen eraan herinnert dat het tijd is voor hun medicatie. “Door het monitoren via de smartphone ontstaat bovendien een veel betere afspiegeling van de werkelijke therapietrouw: we weten wanneer iemand inhaleert, of dat goed gaat en of het invloed heeft op het beloop van de ziekte.” Op deze manier ontstaan dus meer op maat gesneden therapiemogelijkheden. Andere gevolgen zouden kunnen zijn dat het aantal ziekenhuisopnamen daalt en de kwaliteit van leven voor patiënten toeneemt, omdat ze minder afhankelijk zijn van artsen en hun inhalatiemedicatie op dagelijkse basis zelf kunnen beheren.

Varianten van de werkelijkheid
Het is nog niet zeker of mensen door technologische innovaties in de toekomst daadwerkelijk minder in het ziekenhuis zullen komen. Mocht dit realiteit worden, dan zal dat ook zijn weerslag hebben op de relatie tussen arts en patiënt. De arts in het ziekenhuis zal een meer adviserende rol krijgen, terwijl met name verpleegkundigen gerichter op het gedrag van patiënten kunnen inhaken en hen individueel kunnen coachen. “Het mooie is dat dat niet meer altijd binnen de muren van het ziekenhuis hoeft, omdat mensen ook in de thuissituatie feedback kunnen ontvangen”, zegt Chavannes.

Het toenemende belang van technologie betekent echter niet dat we de menselijke component overboord moeten gooien en alles met computeralgoritmes moeten regelen, waarschuwt de hoogleraar. Het is nu eenmaal niet haalbaar om alle mogelijke varianten van de werkelijkheid voor te programmeren. “Als je blind op algoritmes vertrouwt, kom je altijd situaties tegen waarin de berekening niet klopt. Controle van een echte hulpverlener blijft nodig.” Onderzoek heeft dan ook aangetoond dat blended care het beste werkt: een hybride vorm die bestaande zorg combineert met technische monitoring.

Toegankelijk voor iedereen
Bovengenoemde technologische ontwikkelingen zijn allemaal bedoeld voor mensen die al ziek zijn. Uiteraard is het beter om longziekten te voorkomen in plaats van te genezen. Hoe staat het met de preventie van astma en COPD? Op het gebied van medische technologie loopt momenteel het internationale project A World Without Astma. “Er is ontdekt dat ongekookte melk, boerderijstoffen, wormeninfecties en bacterie-infecties van de maag bij kinderen als natuurlijke bescherming tegen astma fungeren”, licht Rutgers toe. Onderzoekers bekijken nu of het mogelijk is om de beschermende eiwitten hieruit te halen en die bij elkaar te brengen om een bescherming tegen astma te fabriceren.

De belangrijkste preventietechniek voor mensen met COPD is simpel: stoppen met roken. Uit studies is gebleken dat de inzet van op de persoon toegesneden apps voor stoppen met roken de stopkans verdubbelen. Ondanks dit veelbelovende resultaat is het belangrijk om kritisch te zijn bij het inzetten van apps voor preventie of behandeling van ziekten, benadrukt Chavannes. Er is een enorm aanbod van 325.000 gezondheidsapps, waaronder een groot aantal voor de longen. “Veel daarvan bieden echter meer van hetzelfde en herkauwen dezelfde informatie. Ook is vaak sprake van eenrichtingsverkeer, dus informerend en niet activerend.” Op dit moment wordt daarom gewerkt aan een keurmerk voor gezondheidsapps, waarbij wordt gekeken naar de functionaliteit, de manier waarop ze zijn ontwikkeld, de financier, de resultaten, en of de app samen met de patiënt is ontwikkeld. Vooral dat laatste is essentieel om aan te kunnen sluiten bij de leefwereld van de doelgroep. Nu zijn de apps vaak nog te ingewikkeld voor mensen.

De toekomst voor longpatiënten ziet Chavannes over het algemeen positief in. Met het Nationaal Actieprogramma Chronische Longziekten, gecoördineerd door de Long Alliantie Nederland (LAN), proberen uiteenlopende partijen de preventie en zorg voor longpatiënten te verbeteren, al dan niet met behulp van technologie. “Het is heel mooi dat alle partijen nu samenwerken, zodat we met elkaar een verbetering van de zorg kunnen realiseren. Uiteindelijk willen we allemaal dat de zorg voor longpatiënten op een hoger plan komt.”

Bron: Mijngezondheidsgids

Ontvang de nieuwsbrief