
Ontvang onze nieuwsbrief
Iedere maand staat onze nieuwsbrief vol met het laatste nieuws, ervaringsverhalen en verdiepende artikelen over (ernstig) astma. Ontvang jij hem nog niet? Meld je dan hieronder gratis aan.
Vanaf 6 jaar is gericht onderzoek naar astma bij kinderen mogelijk. Lees hier hoe de diagnose astma bij basisschoolkinderen wordt gesteld.
Astma bij kinderen in de basisschoolleeftijd (6–12 jaar) is niet altijd makkelijk te herkennen. Niet elk hoestje is astma, en de klachten kunnen sterk variëren. Sommige kinderen hebben duidelijk last van benauwdheid of piepende ademhaling, terwijl anderen vooral hoesten bij inspanning, ‘s nachts of tijdens het lachen. Soms worden kinderen snel moe of willen ze minder bewegen.
In deze leeftijdsfase kunnen sommige kinderen hun klachten goed verwoorden, maar dat geldt zeker niet voor allemaal. Daarom is het belangrijk om ook te letten op subtiele signalen, zoals vaak afwezig zijn op school of terugkerende luchtwegklachten.
Gelukkig is het bij deze leeftijdsgroep iets makkelijker om goed onderzoek te doen dan bij jongere kinderen. Toch blijft het stellen van een juiste diagnose soms een puzzel. Observaties van ouders én leerkrachten zijn hierbij van grote waarde.
Blijf alert bij aanhoudende of terugkerende klachten. Een goede diagnose is de basis voor de juiste behandeling en die kan helpen om klachten te verminderen en verergering te voorkomen.
Als duidelijk is dat je kind astma heeft, kan de behandeling starten. Dat helpt om:
Hoe eerder astma wordt herkend, hoe beter het te behandelen is.
Vanaf ongeveer 6 jaar kunnen kinderen beter meewerken aan onderzoek. Dat maakt het mogelijk om gerichter te testen op astma bij basisschoolkinderen. Een kinderarts of kinderlongarts gebruikt meerdere methoden om tot een diagnose te komen. Een onderzoeksmethode is bijvoorbeeld een longfunctietest (spirometrie). Daarbij ademt je kind hard in en uit in een apparaat dat meet hoe goed de longen werken.
Naast longfunctietesten gebruikt de kinderarts of kinderlongarts ook onderzoeken die het diagnostisch beeld ondersteunen. Deze onderzoeken zijn niet op zichzelf bewijzend, maar helpen om het totaalplaatje compleet te maken:
Een kinderarts of kinderlongarts bekijkt het totaalplaatje: de klachten, de testresultaten en het effect van medicijnen.
Niet elk kind dat hoest of benauwd is, heeft astma. Soms lijken de klachten erop, maar is er iets anders aan de hand:
Een kinderarts of kinderlongarts kan hierin het verschil bepalen. Daarom is het belangrijk dat een arts de klachten goed onderzoekt en de juiste diagnose stelt.
Kinderen brengen een groot deel van hun dag op school door, daarom is het belangrijk om de school actief te betrekken tijdens het diagnostisch traject. Leerkrachten en intern begeleiders zien je kind in verschillende situaties en kunnen waardevolle observaties delen, bijvoorbeeld tijdens gym of buitenspelen.
Let samen met de school op signalen zoals:
Hoesten of benauwdheid tijdens of na inspanning
Vermijden van lichamelijke activiteiten
Rustiger gedrag bij beweging of spel
Vermoeidheid of veel afwezigheid
Houd een klachtenkalender bij.
Noteer wanneer je kind hoest, benauwd is of medicijnen gebruikt.
Dat geeft de arts waardevolle informatie over het klachtenpatroon
en helpt bij het stellen van de juiste diagnose.
Licht de school kort in over de situatie. Je kunt bijvoorbeeld zeggen:
“We zijn bezig met een onderzoekstraject om te kijken of ons kind astma heeft. Zouden jullie willen meekijken op school en het aan ons door willen geven als jullie iets opvalt, zoals hoesten, benauwdheid of vermoeidheid?”
Soms vallen klachten thuis minder op, of juist op school. Door samen te werken met de school ontstaat een vollediger beeld van het functioneren van je kind. Dit helpt artsen om beter in te schatten of er sprake is van astma of iets anders.
Vanaf ongeveer 6 jaar kunnen kinderen beter meewerken aan longfunctietests, waardoor het mogelijk wordt om gerichter te onderzoeken of er sprake is van astma.
Een kinderarts kan een longfunctietest (spirometrie), allergieonderzoek en een proefbehandeling met inhalatiemedicatie inzetten om de diagnose astma te stellen.
Niet altijd. Hoesten kan verschillende oorzaken hebben. Als het aanhoudt of terugkeert, is het verstandig om dit met een arts te bespreken.
Leerkrachten kunnen waardevolle signalen opvangen, zoals hoesten tijdens gym of vermoeidheid. Hun observaties helpen bij het stellen van de diagnose.
De diagnose wordt gesteld door een kinderarts of kinderlongarts, op basis van klachten, testresultaten en het effect van eventuele medicijnen.
Iedere maand staat onze nieuwsbrief vol met het laatste nieuws, ervaringsverhalen en verdiepende artikelen over astma. Ontvang jij hem nog niet? Meld je dan hieronder gratis aan.
Met jouw bijdrage steun je alle 575.000 Nederlanders met (ernstig) astma. VND zet zich in voor ondersteuning van mensen met (ernstig) astma, zodat mensen met astma beter kunnen omgaan met hun aandoening en een betere kwaliteit van leven krijgen.