Nieuws

Algemeen | 13 feb 2018

Computersysteem kan artsen helpen met voorschrijven medicijnen

 

Utrecht Veel ouderen lopen onnodig risico op complicaties en zelfs sterfte als gevolg van suboptimaal voorschrijven van geneesmiddelen, zo blijkt uit de literatuur. Onderzoeker Dedan Opondo onderzocht daarom in samenwerking met het NIVEL in hoeverre het computersysteem van de huisarts de veiligheid en effectiviteit van medicijnvoorschriften kan verbeteren.
Uit de studie bleek dat de kwaliteit van het voorschrijven door huisartsen voor een groot deel op basis van algoritmes kan worden geëvalueerd. Zo’n algoritme wordt dan toegepast op gegevens die de huisarts routinematig in het elektronisch patiëntendossier registreert. Een arts kan dan vanuit zijn computersysteem achteraf feedback krijgen over de voorgeschreven medicijnen, of zelfs al tijdens het voorschrijven ondersteund worden met waarschuwingen en herinneringen. Het systeem kan zo nodig zelfs het voorschrijfgedrag van de arts corrigeren. Wanneer huisartsen een geautomatiseerd systeem zouden hebben dat hen zou ondersteunen bij het voorschrijven van geneesmiddelen, zou de kwaliteit van zorg kunnen verbeteren.

Suboptimaal voorschrijven
Suboptimaal voorschrijven heet in het Engels inappropriate medication prescription (IMP). IMP kwam in de onderzochte periode bijvoorbeeld nog veel voor bij het voorschrijven van ontstekingsremmers (NSAID’s), waar volgens de richtlijn ook een maagbeschermingsmiddel bij hoort. Uit de studie kwam naar voren dat in de loop der jaren wel verbetering optrad, maar dat in 2010 toch nog slechts twee derde van de NSAID-voorschriften werd vergezeld van een maagbeschermingsmiddel. Tevens bleek dat dit verschil afhing van de softwarepakketten die huisartsen gebruiken voor hun elektronisch patiëntendossier. Door IMP krijgen ouderen vaker bijwerkingen en lopen ze meer risico op ophoping het vasthouden van urine in de blaas en maagzweren en lopen ze een groter risico op valincidenten.

Effect van veiligheidswaarschuwingen
Onderdeel van de studie was ook het meten van de effecten van veiligheidswaarschuwingen door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG). Als voorbeeld diende een middel dat veel werd voorgeschreven voor mensen met diabetes, en waarvan in 2007 een waarschuwing werd afgegeven voor een verhoogd risico op hart- en vaatziekten: rosiglitazon. De studie maakte duidelijk dat analyse van elektronische patiëntendossiers van huisartsen goed kunnen worden gebruikt voor het meten van de effecten van zo’n maatregel. Van de patiënten die het middel vóór de maatregel gebruikten, kreeg meer dan 25% het nog steeds voorgeschreven drie jaar nadat de waarschuwing was afgegeven. Mogelijk betrof het daarbij vooral patiënten van wie de huisarts oordeelde dat het individuele risico laag was.

Kwaliteit van zorg meten
Er zijn voor een huisarts vaak gegronde redenen voor artsen om af te wijken van de richtlijnen bij het voorschrijven van geneesmiddelen. In de praktijk ondervinden huisartsen vaak terecht dat een richtlijn niet van toepassing is op het profiel van een individuele patiënt. In onderzoek kunnen verschillen tussen individuele patiënten niet altijd goed worden betrokken, en hierdoor wordt de kwaliteit van zorg soms te laag ingeschat. De studie waarover het hier gaat is gebaseerd op gegevens uit elektronische patiëntendossiers die routinematig worden vastgelegd door de huisarts (en beschikbaar gesteld door NIVEL Zorgregistraties eerste lijn), waarin de hiervoor benodigde mate van detail ontbreekt.

Toch blijkt uit deze studie dat deze gegevens goed kunnen worden gebruikt als basis voor beslissingsondersteuning bij het voorschrijven van geneesmiddelen door huisartsen en als basis voor de beoordeling van de kwaliteit van het voorschrijven van geneesmiddelen door huisartsen. Een belangrijke voorwaarde is dan wel dat kwaliteitsindicatoren op een duidelijke, ondubbelzinnige en meetbare wijze zijn geformuleerd, rekening houdend met de beschikbaarheid van gegevens. In deze studie werd aangetoond dat een zelfde kwaliteitsindicator op verschillende manieren kan worden vertaald naar gegevens en algoritmes, en dat dat leidt tot verschillende uitkomsten.

Algemeen | 21 jan 2019

Tekorten en hoge prijzen: Deze problemen spelen rond medicijnen

Medicijntekort is een groeiend probleem in Nederland. Tegelijk maken farmaceutische bedrijven geneesmiddelen fors duurder. Wat is er aan de hand?

Algemeen | 19 jan 2019

Nu al pollen in de lucht door warme winter

13-JAN-2019 – Door de zeer warme december en januari ligt de ontwikkeling in de natuur een maand voor op schema. Overal wordt de voorlente steeds duidelijker zichtbaar met bloeiende hazelaars, sneeuwklokjes en elzen. De komende week komt de tweede lichting elzenpollen in de lucht. Hooikoortspatiënten en huisartsen dienen daar bedacht op te zijn. We verwachten tot half maart elzenpollen in de lucht.

Algemeen | 18 jan 2019

De aftrek van zorgkosten over het jaar 2018

Zorgkosten aftrekken over 2018

Belastingaangifte loont

Een handicap of ziekte levert vrijwel altijd extra kosten op. Voor medische zorg, hulpmiddelen, aanpassingen, extra kleding, reiskosten, dieetvoeding en nog veel meer. Helaas krijgt u niet al deze kosten vergoed. Betaalt u zelf mee? Dan kunt een deel van die kosten terugkrijgen via de aangifte inkomstenbelasting. In dit artikel vindt u een kort stappenplan.

Algemeen | 17 jan 2019

Geneesmiddelentekorten in 2018 weer gestegen

Den Haag, Het aantal geneesmiddelentekorten in Nederland is in 2018 weer gestegen. Sterker nog dan een jaar eerder. De tekorten in 2016 liepen met drie procent op tot 732 in 201

Algemeen | 15 jan 2019

‘Helft mensen met voedselallergie is eigenlijk niet allergisch’

Tot de wanhoop van vele chef-koks blijken steeds meer mensen met een voedselallergie te kampen. Maar dat zit vooral tussen hun oren. Volgens een nieuwe studie zegt een op de twee Amerikanen allergisch te zijn, terwijl hij/zij dat niet is.

Algemeen | 13 jan 2019

10 vragen over het Wmo-abonnementstarief

Vanaf 1 januari 2019 verandert de eigen bijdrage voor de gemeentelijke hulp, zorg en ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Dat betekent een eigen bijdrage van maximaal € 17,50 per 4 weken. Voorheen werd gekeken naar inkomen of vermogen bij de berekening van de eigen bijdrage. Ieder(in) krijgt veel vragen over dit onderwerp, daarom zetten we de meest gestelde vragen op een rij. Bent u benieuwd wat dit voor uw persoonlijke situatie betekent? Neem dan contact op met uw gemeente.

Ontvang de nieuwsbrief