Astma na de bevalling

Het is zo ver, je kleine spruit is er!  

Na de bevalling komt er veel op je af. Veel (verschillende) emoties, herstellende van de bevalling,  kraamzorg, vermoeidheid. Daarbij zijn jij en je kindje druk bezig elkaar te leren kennen en ontdekken. Aandacht voor je longen zal op dit moment niet je eerste prioriteit zijn.  

Het is om die reden goed om voorafgaand na te denken over deze periode in combinatie met de astma. Denk aan wie je kan en wilt inschakelen uit je vangnet, verlenging van de kraamhulp (op medische indicatie) en overleg met je behandelend longarts welke medicatie desnoods opgehoogd kunnen worden. Omdat er zo veel op je af kan komen na de bevalling, kan je er over nadenken om je Astma Actieplan (AAP) te delen met je kraamhulp, zodat deze kan meekijken naar de signalen.

Er is weinig bekend over de periode net na de bevalling en de invloed daarvan op astma.  Er lijkt geen relatie te zijn tussen de bevalling en een verhoogd risico op een longaanval of instabiel astma. De stresshormonen die tijdens de bevalling vrijkomen beschermen hier mogelijk deels tegen. Het is daarom niet aannemelijk dat een bevalling zorgt voor een verslechtering van de astma of na afloop en longaanval kan uitlokken. Maar uiteraard kan dit per persoon verschillen. Net na de bevalling worden er dus weinig problemen verwacht op astmagebied, als je tenminste je astmamedicijnen volgens voorschrift blijft gebruiken.

Astma en voeding van de baby 

Borstvoeding heeft voordelen voor zowel kind als moeder. Het geven van borstvoeding hoeft niet direct afgewezen te worden bij moeders met (ernstig) astma en bij het gebruik van astmamedicatie. Wel is het belangrijk om voor de bevalling met je verloskundige of gynaecoloog én je astma zorgverlener te bespreken of de astmamedicijnen (en eventueel allergiemedicijnen) die je gebruikt veilig zijn tijdens het geven van borstvoeding.

Inhalatiemedicatie die in Nederland worden voorgeschreven zijn veilig in gebruik tijdens de borstvoedingsperiode. Ook prednison kan in principe veilig gebruikt worden. Bij langdurig prednison gebruik kan er overwogen worden om na inname 3-4 uur te wachten met voeden, vraag dit na bij de arts. Wanneer een vrouw met astma goed is ingesteld op haar astmamedicatie en borstvoeding wil geven, kan de medicatie veilig gecontinueerd worden na overleg met de behandelend arts.  

Bij twijfel of bepaalde medicatie ingenomen kan worden tijdens de borstvoedingsperiode kan dit worden nagevraagd bij de arts. Tijdens de zwangerschap is het van belang om nooit zelf te besluiten te stoppen met de astmamedicatie, maar dit altijd in overleg te doen met je behandelend arts. Dit geldt ook voor de lactatieperiode. Het geven van borstvoeding mag niet het stoppen van de astmamedicatie als reden hebben. Indien bijstellen van de astmamedicatie noodzakelijk is, heeft medicatie met de meeste ervaring tijdens de lactatieperiode de voorkeur.  

Koemelkallergie bij de baby

Als een ouder astma heeft (en/of allergieën en/of hooikoorts) is er een verhoogde kans dat de pasgeborene een erfelijke aanleg heeft voor een koemelkallergie. Vaak kom je hierachter als de baby klachten krijgt die passen bij een allergische reactie, zoals: huidklachten, luchtwegklachten, maag- en darmklachten. Als je vermoed dat dit een koemelkallergie betreft is het van belang naar de huisarts of de jeugdarts van het consultatiebureau te gaan. Deze kunnen je eventueel doorverwijzen naar een kinderarts in het ziekenhuis om verder onderzoek te doen.

Als er een koemelkallergie wordt vastgesteld wordt er meestal gevraagd of de moeder een koemelkvrij-dieet gaat volgen indien zij borstvoeding geeft. Als de baby kunstvoeding krijgt wordt er overgestapt op hypo-allergene kunstvoeding. Bij de meeste kinderen is de koemelkallergie tijdelijk. In overleg met de kinderarts kan er na een poosje gekeken worden of de allergie er nog is, of dat het kindje nu wel koemelk kan verdragen.  

Soms starten moeders met het volgen van een koemelkvrij-dieet of starten ze met hypo-allergene kunstvoeding uit angst voor het ontwikkelen van een koemelkallergie bij de baby. Dit wordt afgeraden omdat dit juist de kans op een allergie op latere leeftijd kan verhogen. Bij angst dat de baby een verhoogde kans heeft op (voedsel)allergieën kan je voor de geboorte een afspraak maken met een kinderarts om het hier over te hebben.

Astma en de baby 

Astma is vaak erfelijk. Om die reden heeft een kind een grotere kans op het krijgen van astma als één van de ouders astma heeft. Echter wordt de kans op astma ook beïnvloed door andere factoren. Als de moeder tijdens de zwangerschap bijvoorbeeld rookt, psychische problemen heeft of te weinig zuurstof krijgt vanwege ongecontroleerd astma. Deze factoren kunnen iets veranderen in het erfelijk materiaal en in sommige gevallen neemt dan de kans op astma of ongezonde longen bij de baby toe. 

 

Aandacht voor je longen zal op dit moment niet je eerste prioriteit zijn. Het is om die reden goed om voorafgaand na te denken over deze periode in combinatie met de astma. Denk aan wie je kan en wilt inschakelen uit je vangnet, verlenging van de kraamhulp (op medische indicatie) en overleg met je behandelend longarts welke medicatie desnoods opgehoogd kunnen worden.

Er is weinig bekend over de periode net na de bevalling en de invloed daarvan op astma.  Er lijkt geen relatie te zijn tussen de bevalling en een verhoogd risico op een longaanval of instabiel astma. De stresshormonen die tijdens de bevalling vrijkomen beschermen hier mogelijk deels tegen.

Borstvoeding heeft voordelen voor zowel kind als moeder. Het geven van borstvoeding hoeft niet direct afgewezen te worden bij moeders met (ernstig) astma en bij het gebruik van astmamedicatie. Wel is het belangrijk om voor de bevalling met je verloskundige of gynaecoloog én je astma zorgverlener te bespreken of de astmamedicijnen (en eventueel allergiemedicijnen) die je gebruikt veilig zijn tijdens het geven van borstvoeding.

Als een ouder astma heeft (en/of allergieën en/of hooikoorts) is er een verhoogde kans dat de pasgeborene een erfelijke aanleg heeft voor een koemelkallergie. Vaak kom je hierachter als de baby klachten krijgt die passen bij een allergische reactie, zoals: huidklachten, luchtwegklachten, maag- en darmklachten.

Astma is vaak erfelijk. Om die reden heeft een kind een grotere kans op het krijgen van astma als één van de ouders astma heeft. Echter wordt de kans op astma ook beïnvloed door andere factoren. Als de moeder tijdens de zwangerschap bijvoorbeeld rookt, psychische problemen heeft of te weinig zuurstof krijgt vanwege ongecontroleerd astma.

Ontvang de nieuwsbrief